Vervolgcursus Mestonderzoek: Verdiep je kennis en vaardigheden
Tijdens deze vervolgcursus bouwen we verder op de basisprincipes van de McMaster-methode, maar richten we ons vooral op aanvullende technieken. We beginnen de voormiddag met een korte herhaling van de McMaster-methode, gevolgd door een uitgebreide introductie en praktijkoefeningen van aanvullende methoden:
- Baermann-methode: Voor het opsporen van longwormlarven. Hoewel deze techniek 24 uur voorbereiding vraagt, zorg ik vooraf voor een opstelling zodat je de resultaten kunt bekijken.

- Dorsman-methode: Specifiek voor het detecteren van leverbot, waarbij een grotere hoeveelheid mest wordt gebruikt.
- Flotac-methode: Een uiterst gevoelige techniek die we uitvoerig zullen bespreken en oefenen. Er zijn stalen beschikbaar voor zowel lage als hoge besmettingen, zodat je de effectiviteit kunt vergelijken.
- Larvencultuur: Je krijgt een volledige uitleg over hoe je een larvencultuur opzet en welke resultaten je kunt verwachten. Deze techniek geeft meer inzicht in de soorten larven die aanwezig zijn.

Levenscycli en het juiste moment voor mestonderzoek
Naast de verschillende onderzoekstechnieken gaan we dieper in op de levenscycli van de belangrijkste wormsoorten. Die kennis is essentieel om uitslagen correct te interpreteren en gericht advies te kunnen geven.
We bekijken onder andere:
- Hoe eitjes en larven zich ontwikkelen in het paard en op de weide.
- De verschillen tussen rechtstreekse en onrechtstreekse levenscycli.
- De prepatente periode: de tijd tussen het opnemen van besmettelijke larven of eitjes en het moment waarop volwassen wormen zelf eitjes beginnen uit te scheiden.
- Waarom een mestonderzoek tijdens de prepatente periode negatief kan zijn, terwijl er toch een besmetting aanwezig is.
- Wanneer je na een mogelijke besmetting, ontworming of weidewissel het best een mestonderzoek uitvoert.
- Welke wormstadia met een mestonderzoek wel en niet kunnen worden opgespoord.
- Waarom sommige wormsoorten intermitterend of onregelmatig worden uitgescheiden.
- Hoe lang eitjes en larven in de omgeving kunnen overleven en welke invloed temperatuur, vocht, droogte en vorst hierop hebben.
- De betekenis van ingekapselde larven bij kleine bloedwormen.
- De rol van tussengastheren bij bijvoorbeeld lintwormen en leverbot.
- Hoe de verschillende levenscycli kunnen worden gebruikt om het weidebeheer beter af te stemmen.
We koppelen deze kennis aan praktische situaties. Wanneer is een weide sterk besmet? Wanneer heeft mest ruimen het meeste effect? Wat gebeurt er na maaien, omweiden of samenweiden met andere diersoorten? En wanneer is een negatieve uitslag werkelijk geruststellend?
Zo leer je niet alleen wormeitjes herkennen en tellen, maar ook beter begrijpen wat er vóór en na het moment van mestonderzoek gebeurt. Dat helpt je om het juiste onderzoeksmoment te kiezen en de resultaten correcter te beoordelen.
Veel praktijk, veel variatie
Ik zorg voor veel beeldmateriaal en tips over het optimaal gebruik van de microscoop. Daarnaast neem ik preparaten mee voor wie iets anders dan wormeitjes wil bekijken – altijd leuk en leerzaam! Afhankelijk van de ingezonden stalen hoop ik op variatie in besmettingen, zoals veulenwormen en lintwormen, hoewel deze zeldzaam zijn. Als je mest van andere grazers hebt, breng die gerust mee; je weet nooit welke eitjes je tegenkomt.
In de namiddag gaan we vooral praktisch aan de slag. Er is ruimte om zowel de McMaster-methode als de aanvullende technieken te oefenen. Ik zorg voor een selectie meststalen met verschillende besmettingen – van veelvoorkomende wormsoorten tot zeldzamere zoals lintwormen en veulenwormen. Ook preparaten van andere grazers kunnen worden bekeken.
Wat je mag meebrengen
- Eigen microscoop (optioneel; er zijn microscopen aanwezig).
- Cursusmateriaal en overzichten van wormen uit eerdere cursussen.
- Meststalen van paarden (vers, koel en schoon bewaard – geen recente ontworming). Eén mestbal per paard is voldoende, tenzij je de Dorsman-methode wilt testen (10 gram mest nodig).
Extra materiaal
Je krijgt een complete cursus. Vergeet niet schrijfgerief en een gsm mee te nemen om foto’s te maken van interessante vondsten onder de microscoop. Indien je specifieke materialen nodig hebt, laat het me weten, dan breng ik die mee.
Ik kijk ernaar uit om je tijdens de vervolgcursus verder te begeleiden en je te helpen deze technieken volledig onder de knie te krijgen!