fbpx

Worm-management

Wanneer je regelmatig mestonderzoek uitvoert, heb je al een goede basis voor een goed worm-management. Selectieve ontworming na mestonderzoek pas je alleen toe op de paarden met een hoge ei-uitscheiding.

Stel je laat mestonderzoek uitvoeren en je paard heeft een EPG van 200. Vermits één mesthoop ongeveer 2 kilo weegt, wil dit zeggen dat er 400.000 eitjes in één hoop mest zitten. Als je weet dat een paard gemiddeld 7 keer per dag mest, betekent het dat dit paard al voor 2.800.000 eitjes op de weide zorgt. Niet alle eitjes overleven, maar een groot deel blijft achter op de weide en kan paarden infecteren.
Daarom is mestonderzoek erg belangrijk om de hoge ei-uitscheiders te kunnen vaststellen. Door alleen deze paarden te ontwormen, wanneer nodig, kan je de infectiedruk van de weide laag houden en de ontwikkeling van resistentie vertragen.

Wanneer je ontwormt, pas altijd overdosering toe, geef één streepje meer op de wormspuit! Een onderdosering doodt niet alle wormen, de sterkste wormen gaan overleven en kunnen resistentie ontwikkelen.

Het schatten of wegen van het gewicht van het paard is dus belangrijk om de juiste dosering te gebruiken.
Via deze link kan je het gewicht van jouw paard bepalen, het enige wat je nodig hebt is een meetlint.

Een jaarlijkse blinde ontworming na de eerste nachtvorst is aan te bevelen aangezien niet alle wormen aantoonbaar zijn met mestonderzoek.

Maar er zijn ook een aantal preventieve maatregelen die je kan toepassen, hier hebben we het over weide-management.

  1. mest uit de weide halen
  2. weide niet overbezetten. Hoe meer paarden op een weide, hoe groter de kans bestaat dat ze rond mestplaatsen gaan grazen met een hoog risico op wormbesmetting tot gevolg.
  3. weide slepen en/of klepelen wanneer paarden naar een nieuwe weide gaan, dit doe je best tijdens droge, zonnige en onbewolkte dagen of bij zeer hoge of lage temperaturen. De afwezigheid van vocht en veel UV-licht doodt de womeitjes en larven.
  4. weide hooien, door door het drogen van het hooi worden de larven gedood door de hoge temperaturen in het hooi.
  5. verweiden, hierdoor komen sommige weides een tijdje leeg te staan zodat de larven kunnen afsterven.
  6. strook begrazing toepassen.
  7. afwisselen met andere dieren zoals schapen en runderen. Ze verwijderen de wormen van het grasland door ze op te eten, waardoor de infectiedruk daalt. Zij kunnen namelijk, net als mensen, niet besmet worden met paardenwormen. De wormeieren die de andere diersoort uitscheidt, zijn op hun beurt weer niet gevaarlijk voor paarden.
  8. na het ontwormen de paarden niet direct op een nieuwe weide plaatsen.
  9. hou nieuwe paarden apart tot je hun wormbesmetting kent.
  10. preventief werken door middel van het geven van een kruidenpreparaat (volg de link voor meer uitleg)

MestCheck gebruikt alleen technische en functionele cookies. En analytische cookies die geen inbreuk maken op uw privacy. De cookies die wij gebruiken zijn noodzakelijk voor de technische werking van de website en uw gebruiksgemak. U kunt zich afmelden voor cookies door uw internetbrowser zo in te stellen dat deze geen cookies meer opslaat. Daarnaast kunt u ook alle informatie die eerder is opgeslagen via de instellingen van uw browser verwijderen.